Voor de bezoeker van deze site wil ik over autisme iets schrijven, zoals het in de praktijk voorkomt.

Wilt u weten hoe het omschreven staat in de DSM V, kenmerken en benamingen van de spectrumstoornissen, dan kan ik u verwijzen naar de site van de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme) die dat uitgebreid beschrijft.

Vanuit mijn praktijk
Een persoon met autisme, heeft net zoveel recht van bestaan als ieder ander die geboren is. Misschien lijkt dit een overbodige opmerking, maar het komt voor dat het gevoel, er niet bij te horen, een rol speelt. Dit gevoel kan ontstaan doordat je het idee hebt dat de anderen anders reageren en doen dan jijzelf. Misschien word je eerder boos, trek je jezelf terug of maak je geluiden of bewegingen, die voor jou heel gewoon zijn en bij jou als persoon horen.

Je weet het zelf goed, want je bent niet dom. Soms ben jij je er niet eens van  bewust dat je iets doet,  maar laten anderen het je wel weten door een reactie of een manier van kijken.

Gelukkig heeft niet iedereen last van de reacties van anderen, maar als je er wel last van hebt, tja… wat dan?

Stel je voor, Jan  met autisme, kan vaak de snelheid waarmee iemand praat niet volgen en al helemaal niet als er meerdere gezinsleden op elkaar reageren. Als ze dan een antwoord van Jan verwachten, kan hij dit niet zo snel bedenken. Meestal is hem helemaal niet duidelijk welke vraag hem gesteld wordt. Ook komt het vaak voor dat er meerdere vragen tegelijk gesteld worden.

Voorbeeld:
 
“Waar ga je spelen, in dat speeltuintje daarachter en met wie ga je of ga je alleen, maar dan moet je wel eerst een andere broek aan en je hebt ook je nieuwe schoenen nog aan?”

Wat verwacht de ouder nu aan antwoorden en acties. Zeer waarschijnlijk ontstaat er discussie over de broek of de schoenen en ontstaat er een conflict.

De toon is weer gezet…en aan wie ligt dit dan?

Mary
Mary komt thuis uit school met een klasgenootje waarmee ze buiten wil spelen.

“Nee, zegt moeder want straks moeten we nog naar de verjaardag van tante Truus.”

Mary begrijpt niet waarom ze nu dan niet buiten kan spelen. Ze gaat door met vragen of ze buiten mag spelen.

De sfeer verandert hierdoor in huis. Mary stelt voor dat ze dan nu meteen naar de verjaardag zullen gaan.

Dat kan nog niet want eerst wil moeder het avondeten voorbereiden.
Nou, dan kan Mary toch in die tijd nog buiten spelen?

Mary mist hier een overzicht in tijd en begrip van het woord straks. Wat is een alternatief dat ze tijdens de voorbereiding van het avondeten kan doen.

Of Mary de verjaardag nog als leuk ervaart en of moeder er nog ontspannen zal zitten?

Daan
Daan heeft moeite met opstaan, ‘s morgens vroeg.
Hij heeft een vaste volgorde in zijn  ochtendprogramma en als hij zich hieraan kan houden, gaat het redelijk goed. Maar op een morgen komt hij niet uit bed. Vader haalt de hele truckendoos leeg om Daan  zover te krijgen, dat hij op zal staan. Het lukt hem niet. Daan staat te laat op en kan niet meer naar school.

Later op de dag als Daan met zijn vader alleen is en vader vraagt hem waarom hij vanmorgen niet op kon staan, antwoord Daan:”Omdat Femke, dat is zijn zusje, voor mij naar de WC ging en ik moet altijd eerst. Mijn hele dag is hierdoor verpest.”

ouders: Je moet wel je diploma halen.

autist: Waar moet ik dat halen?